Hamsters
De hamster is een knaagdier en het is ook een huisdier.
Hamsters heb je in verschillende soorten, maten en kleuren.
Je hebt ook verschillende kleuren ogen zoals: rood of zwart.
Er zijn goudhamsters [syrische hamster], russische dwerg hamsters en een chinese hamsters.
Een hamster is actief en onderzoekend en een nachtdier.
Hamsters kunnen rond de 2 jaar oud worden.

Goud hamster [syrische hamster]:

De goudhamster is de populairste hamster.
Ze zijn er in wel 100 kleuren van effen, gestreept,zelfs gestippeld en ook nog langharig.
Goudhamsters zijn schoon en worden makkelijk tam.
Ze zitten het liefst alleen in een kooi.

Russiche dwerg hamster:
 
Is de kleinste hamster van de drie soorten die als huisdier word gehouden.
hij is vaalbruin met een donker bruine streep , die tussen de ogen begint en naar het einde van de staart loopt. Deze russiche hamsters leven in groepen.
Ze zijn behoorlijk snel en temperamentvoller dan de goudhamster.

Chinese hamster:

De chinese hamster leeft verspreid over een groot deel van oost europa en aziŽ en werd eerder als huisdier gehouden dan de klassieke goudhamster.
Hij is grijsbruin en heeft een donkere rugstreep.

Hamsters houden van kooien met een dikke laag houtkrullen of speciale bodembedekker.
De hamster slaapt graaag in een huisje met zachte wol erin.
Hamsters hamsteren graag en maken hoekjes met voedsel.
Hamsters hebben veel beweging nodig en een oefenrad in de kooi is daar ideaal voor.

Hamsters eten een mengsel van zaden, noten en ander droogvoer.
Lekkere "knabbels" voor de hamster zijn:
paranoten [goed voor de tanden], geroosterd volkorenbrood, diverse fruitsoorten
wortel, sla en andere groenten, klaver, paardebloem en stukje hardgekookt ei.

De draagtijd van de hamster is maar 16 dagen, de kortste van alle zoogdieren.
De jongen worden blind en kaal geboren
Ze kunnen alleen maar drinken bij de moeder.
Gemiddeld krijgt een hamster 6 jongen per keer.
Na 1 week krijgen ze een vacht en na 2 weken proberen ze uit het nest te kruipen en vast voedsel te eten [fijngemalen]
Tussen de 4 en 6 weken kunnen ze bij de moeder weg.